Wij gebruiken cookies

De cookies worden gebruikt voor onderzoek naar webstatistieken. Dat helpt ons om de site te verbeteren.

U bevindt zich op: Professionals (Huis)artsen  Melden van infectieziekten

Melden van infectieziekten

Als een ziekte onder de meldingsplicht valt, ben je als arts wettelijk verplicht dit te melden bij de GGD. Dit staat in de Wet publieke gezondheid (2008). Afhankelijk van de ziekte meld je al bij het vermoeden van een ziekte (zoals ebola of polio), of als de ziekte is vastgesteld (zoals bij legionellose of hepatitis B). In de folder ‘Melden van infectieziekten’ van het RIVM lees je hier meer over.

Wie moet er melden?

Artsen en hoofden van laboratoria moeten infectieziekten van groep A, B en C melden. Ook als het laboratorium al heeft gemeld, moet de arts alsnog melden, en andersom. Dit systeem voorkomt dat signalen te laat worden opgemerkt.

Hiernaast moeten hoofden van instellingen clusters van uitbraken melden.

Wat moet er gemeld worden?

Alle ziekten die vallen onder de meldingsplicht uit de Wet publieke gezondheid. Daarnaast kun je melden als er een ongewoon aantal patiënten is met een bepaald ziektebeeld van vermoedelijk infectieuze aard.

Wat doet GGD IJsselland?

De afdeling infectieziekten van GGD IJsselland werkt aan het voorkómen, bestrijden en opsporen van infectieziekten. Dit gebeurt door:

  • contactonderzoek: opsporen van personen die met de besmette patiënt in aanraking zijn geweest;
  • brononderzoek: opsporen van de bron van de besmetting;
  • voorlichten en adviseren over de preventie en risico’s van infectieziekten;
  • begeleiden van patiënt en familie;
  • in bepaalde gevallen kunnen wij ook vaccineren (inenten) en medicatie voorschrijven.

Welke gegevens heeft GGD IJsselland nodig?

  • personalia: naam, geboortedatum, verblijfsgegevens en indien mogelijk telefoonnummer van de patiënt;
  • klinische gegevens, bijvoorbeeld de datum van de eerste ziektedag, de vaccinatiestatus, de wijze van diagnosestelling en de vermoedelijke bron;
  • beroep van de patiënt: is hij/zij werkzaam is in de voedselbereiding of gezondheidszorg? Dit is noodzakelijk om in te schatten of de patiënt de werkzaamheden kan blijven uitvoeren.